Geschiedenis

Aan de noordgrens van Oirschot, aan de Oude Grindweg, in het fraaie natuurgebied de Mortelen ligt Café Vingerhoeds. Dit café annex boerderij heeft een lange rijke historie achter de rug. Wij lichten een stukje van de sluier voor u op.

In de archieven komen we de eerste vermelding van het café tegen uit het jaar 1800. Een zekere Arnoldus van Leuven is dan de eigenaar van café De Hut. Hetgeen niet slaat op de toestand van het gebouw, maar op de ligging ervan. Het is normaal dat het laatste huis voor een onherbergzaam gebied een openbaar lokaal is. Hier dronken voerlui een borrel op het goede geluk om het bos, heideveld of in dit geval moeras te doorkruisen. Dit soort herbergen werden in de volksmond hutten genoemd.

In 1827 verhuurt Arnoldus van Leuven zijn café aan Joseph Vingerhoets en noemt zijn herberg er ook naar. In 1836 koopt hij het café/boerderij met de aangrenzende landerijen.

Zijn zoon Johannes neemt de zaak over en schrijft het café in 1895 in bij de Kamer van Koophandel. Een zeer belangrijke zet blijkt later als bijna alle boerenherbergen moeten verdwijnen als zij niet voldoen aan de eerste drank/horecawet.

Johannes Vingerhoets zijn gezien is groot van getal, maar veel kinderen sterven helaas vroegtijdig. Vier zonen blijven vrijgezel en slechts twee kinderen huwen. De vier vrijgezellen zonen: Toon, Wout, Gert en Jan, zetten op hun beurt het café voort. De vijfde zoon Josephus trouwt in 1922 met Johanna Maria van Straten. Deze vrouw kennen we later als Mieke Vingerhoeds. Geluk kent het jonge stel nauwelijks. Het eerste kind overlijdt bij de geboorte, en als Mieke bevalt van haar tweede kind is zij al enkele maanden weduwe. haar man is in februari 1925 gestorven aan een longontsteking. Mieke neemt dan haar intrek in het café bij haar schoonbroers.

Met Mieke als kasteleinse komt het café in een tijdperk waarmee het café beroemd wordt tot over de grenzen van het Brabantse land. van 1925 tot aan haar dood (ze stierf op 90-jarige leeftijd in 1989) zwaaide Mieke de scepter in het café. In al die jaren bleef de herberg onveranderd, want Mieke hield niet van nieuwerwetse dingen. De laatste jaren dat Mieke waardin was, staat veel mensen nog in het geheugen gegrift. Ze slofte op de platte klompen door het café, gekleed in blauwe boerenschort. Haar eenvoud, maar ook de directe manier waarop zij gasten aansprak, brachten haar bekendheid. Mieke bepaalde ook of je genoeg gedronken had, en als dat zo was kreeg je steevast te horen: “Ge kunt ginne dorst mer hebbe, ge hed genog gehad’.

De Herberg rekende vroeger onder zijn klandizie vooral de voerlui, die met paard en wagen allerlei producten transporteerde. Ook zwervers en landlopers behoorden tot de dagelijkse klanten. Zij waren in het rijke en voorname Oirschot geen graag geziene gast, en warden voor een slaapplaats naar D’n achterste Hoed verwezen. Hetgeen wijst naar de plaats van de herberg, het laatste huis van de gemeente Oirschot.

In de wintermaanden voegden de houthakkers zich bij de groep. Deze kwamen zich warmen rond het open vuur en dronken koffie uit de teut van de moor die in de as van het vuur stond. Lastige klanten werden door Mieke persoonlijk verwijderd, indien nodig met behulp van de kachelpook of klomp. Mensen met korte broeken werden niet bediend:”zij konden hun geld beter aan fatsoenlijke kleding besteden”.

En de gasten kwamen. Van overal togen de mensen naar de Oude Grintweg om Het Brabant van toen in levende lijve te aanschouwen. Maar ook Dries van Agt legde met zijn hele kabinet aan. Bisschop Bluyssen ging op de koffie als hij was wandelen. Staatssecretaris van Zijl kreeg te horen dat het gas op was en dat er dus geen koffie was. En zo schikte iedereen naar het op klompen rondstommelende vrouwtje in de blauwe schort.

Het duurde tot in 1992 voor de nieuwe tijd greep kreeg op de oude herberg. Na een grondige restauratie herrees het café in de oorspronkelijke staat. De stal en schuur verbouwde men tot zaal. Buiten verscheen een terras waar het in de zomer heerlijk toeven is. En nu is Café Vingerhoeds een keurig horecabedrijf waar Brabantse gastvrijheid, nostalgie, traditie en gezelligheid samen gaan.